Poep!

Als je van een collega niet even lekker verbaal los mag gaan, wat zég je dan?
De collega zelf opperde het semi-halfbakken scheldwoord ‘poep’.

Ik heb het uitgeprobeerd. 
Gezegd, gemaild (‘PoeperdepoeperdePOEP!’) en nu blog ik erover.
Opgelucht? Nou, nee.
Ik moet u melden dat het gewoon de lading net niet lekker dekt.
Gewoon nét niet.

En zo’n lading, ach, vult u zelf maar in.
Soms maken mensen immers hele vervelende dingen mee en die wil je dan (toch?) onder woorden brengen op passende wijze, juist als je nog in de emotie zit.

Ik heb mijn hele werkdag rondgelopen, rondgedacht en rondgesurveilleerd (toetstijd, mensen, toetstijd) met ‘poep’ in mijn hoofd. 

Enigszins neerslachtig kom ik thuis aanslenteren
“Gaat het een beetje?”, vraagt man met ietwat bezorgde toon in zijn stem. Hij heeft ons huisdier, dui-del-ijk opgelucht, aan de riem. Ze zijn net terug van een uitlaatrondje.
“Mja”, antwoord ik. “Vond het niet zo tof vandaag.”
Maar de woorden om precies te communiceren wat er is, heb ik na zo’n poepdag niet meer paraat.
Op? Af? Moe? Down? Klaar? Sneu?

Hond kijkt me blij aan. Die is totaal uitgekakt.


Ah. Gevonden.