Blue Monday 35

Maandag Nummer 35

Dit weekend werd Laptop getroffen door ziekte.
Een virusje of toch kortsluiting? Overwerkt?
Helemaal duidelijk is het nog niet, maar feit is dat hij wat gehandicapt is. Hij heeft wat extra hulp nodig om de juiste letters op zijn scherm te krijgen.
De cijfers kan hij gelukkig zelf al weer goed aan, maar ja, type daar maar eens een blogje mee.
Nee dus.
Voorlopig zijn we daarom aangewezen op hulpmiddelen.

Maar dat had wel wat voeten in de aarde.

Zondag werd er besloten dat er dan maar een keybord op Laptop aangesloten moest worden. Man haalde een exemplaar van zolder terwijl Laptop sneaky van tafel schoof.
Als een onwillige puber die aan een beugel moest, probeerde hij er onder uit te komen. Na een ferme toespraak van mij en de nodige chantage (‘anders koop ik een andere!’ – vals, maar wat moet je.. ik was wanhopig), werd het hulpmiddel aangesloten. Wat onwennig knipperden de letters op het scherm. Eerst nog wat onzeker, maar na een tijdje ging het steeds beter en deed Laptop het eigenlijk weer als vanouds.
En ach, dat hulpmiddel viel toch niet écht op? Toch?
Laptop vond zichzelf wel een beetje zielig, maar werd op zijn wenken bediend.
‘Tuurlijk mag je weer aan het stroom!’ en ‘Gaat het nog een beetje?’ tot zelfs ‘Wil je even op de bank liggen?’

Toen ik hem ‘s avonds weer wilde gebruiken, keek hij bedenkelijk. Ik moest niet vergeten dat hij wel gehandicapt was, hè! En of ik de stekker weer in het stopcontact kon steken. Hij was zo moe!
De volgende ochtend, maandag nummer 35, wilde meneer nog net geen beschuitje en een kopje thee. Wel meer stroom en aandacht. Zijn toetsenbord moest even gemasseerd voor zijn hulpmiddel werd aangesloten. En of ik die thee een stukje verder van hem vandaan kon zetten. Het was zo al erg genoeg, hè! En móest ik dat broodje boven zijn hulpmiddel eten?
Hij voelde de stress alweer aankomen, verzuchtte hij. Hoe kwam hij in hemelsnaam deze maandag door?!

Nadat ik de hele maandag Laptop op zijn wenken bediend heb, plof ik ‘s avonds naast hem op de bank. Hij kreunt wat en zegt dat ik beter op die ene stoel kan gaan zitten of anders op de grond, want ja, ik zie toch hoe hij eraan toe is.

Ik voel de ergernis, nee, de vijandigheid, opkomen.
Het is niet eens meer een kwestie van de maandag doorkomen met dit maffe apparaat. Ik vraag me inmiddels af hoe ik de week doorkom!

Laptop scant ondertussen onze woonkamer. Hij lijkt wel op zoek naar nog wat om op zijn wenken mee bediend te worden, bedenk ik argwanend.
Ik kijk hem vermoeid aan.
Hij zat eigenlijk te denken – zo zegt hij met sneue stem – aan nog wat hulpmiddelen. Hij kan (hier kucht-ie) nog wel wat hulp gebruiken, want ja, hij is wel gehandicapt, hè!
Op dat moment komt onze Schotse herder met haar pasgeborstelde Lassie-kapsel voorbij. Zijn beelscherm licht even enthousiast op.

‘Een hulphond?’ sis ik hem verontwaardig toe. ‘Hoe haal je het in je Processor!’